Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 19 augustus 2025, ECLI:NL:OGEAA:2025:333
Belanghebbende, een houdstermaatschappij met diverse dochtermaatschappijen (waaronder restaurants [X] en [Z]), vormt een fiscale eenheid voor de BBO. In augustus 2023 heeft zij goederen ingevoerd en bij invoer BBO/BAVP en BAZV betaald, waarvoor zij aftrek van voorbelasting claimde. De Inspecteur heeft deze aftrek geweigerd en naheffingsaanslagen opgelegd van Afl. 20.842 (BBO/BAVP) en Afl. 15.476 (BAZV). Volgens de Inspecteur kunnen binnen een fiscale eenheid geen belastbare transacties plaatsvinden tussen de moeder en dochtermaatschappijen, waardoor ook geen aftrek van voorbelasting mogelijk is. Daarnaast zouden de ingevoerde goederen geen handelsgoederen zijn, maar grondstoffen gebruikt in de restaurants, dus onderdeel van een dienstverlening. Het Gerecht volgt deze redenering: Binnen een fiscale eenheid wordt fiscaal gezien gehandeld alsof er één ondernemer is. Interne leveringen bestaan dus niet, en er kan geen voorbelasting worden afgetrokken over transacties binnen de fiscale eenheid. De ingevoerde goederen zijn niet bestemd voor wederverkoop, maar worden bewerkt en verwerkt in maaltijden die in restaurants worden verkocht; dat is dienstverlening, geen levering van handelsgoederen. De Regeling handelsgoederen is duidelijk en rechtmatig vastgesteld; het onderscheid tussen levering en dienst is gerechtvaardigd en niet in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur Het beroep van belanghebbende is ongegrond. De naheffingsaanslagen BBO/BAVP en BAZV blijven in stand; geen recht op aftrek van voorbelasting.
De uitspraak op rechtspraak.nl