Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 22 maart 2024, ECLI:NL:OGEAA:2024:174
Arubaanse strafzaak. Het Gerecht legt aan de verdachte een gevangenisstraf van 9 maanden op, waarvan 97 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, voor de verkoop van cocaïne en marihuana en voor het bezit van hasj. Met betrekking tot de ten laste gelegde periode van de feiten 1 en 2 hecht het Gerecht meer waarde aan de door de getuigen bij de politie afgelegde verklaringen, dan hun schriftelijk stuk waar ze van die verklaringen terugkomen. Met betrekking tot de vergissing inzake de pleegdatum van feit 3, is het Gerecht van oordeel dat aan de informatiefunctie is voldaan en dat sprake is van een kennelijke verschrijving en dat het deze verschrijving in de tenlastelegging verbeterd kan lezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl