Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 22 maart 2024, ECLI:NL:OGEAA:2024:173

Arubaanse strafzaak. Het Gerecht legt aan de verdachte een gevangenisstraf van 4 jaar op, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, voor de verkoop van cocaïne en marihuana. Met betrekking tot de betrokkenheid van de verdachte aan deze feiten hecht het Gerecht meer waarde aan de door de getuigen bij de politie afgelegde verklaringen, dan hun schriftelijk stuk waar ze van die verklaringen terugkomen. Verder gaat het Gerecht er niet vanuit dat de verdachte in de tenlastegelegde periode onafgebroken cocaïne en marihuana heeft verkocht, maar wel dat de verdachte gedurende de tenlastegelegde periode regelmatig voor drie à zes maanden naar Aruba kwam en gedurende meerdere jaren met enige regelmaat cocaïne en marihuana vanuit zijn woning in Aruba heeft verkocht. Tot slot overweegt het Gerecht met betrekking tot de herkenning van de verdachte dat de herkenning bij een enkelvoudige confrontatie betrouwbaar is te achten als de getuige de hem getoonde persoon vóór het feit reeds kende. De gevolgde methodiek in deze zaak is de daarom geenszins onverenigbaar met een eerlijke procesvoering.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen