Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 1 juni 2023, ECLI:NL:OGEAA:2023:19

Belanghebbende heeft verzocht om ontheffing van de grondbelasting voor de jaren 2020 en 2021. Voor wat betreft het jaar 2021 heeft zij tevens bezwaar gemaakt tegen de aanslag grondbelasting. De Inspecteur heeft geen uitspraak op bezwaar gedaan. In beroep heeft belanghebbende voorts aangevoerd dat de verhoging van het tarief met ingang van het jaar 2019 van 0,04% naar 0,06% onrechtmatig is. De Inspecteur neemt het standpunt in dat de verzoekschriften tot ontheffing voor de jaren 2020 en 2021 prematuur zijn gedaan en belanghebbende als gevolg daarvan niet ontvankelijk moet worden verklaard. De Inspecteur acht de tariefverhoging rechtmatig. Ter zitting heeft belanghebbende haar standpunt met betrekking tot de tariefverhoging ingetrokken, gegeven Hoge Raad 14 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:488. Ten aanzien van de omvang van het geschil heeft de rechter het geschil beperkt tot het jaar 2021, omdat belanghebbende tegen het jaar 2020 geen beroep heeft ingesteld. Het beroep tegen het niet doen van uitspraak op bezwaar oordeelt het Gerecht als gegrond. Dit heeft echter geen gevolgen voor de hoogte van de aanslag grondbelasting 2021. Zoals de Inspecteur terecht heeft betoogd, is het bezwaarschrift van 30 juli 2021 voor het jaar 2021 prematuur. Daarnaast is het zo dat in artikel 36, lid 2 van de LGB is bepaald dat de Inspecteur uitspraak doet op het verzoek tot ontheffing van grondbelasting. In deze bepaling is echter niet bepaald dat de Inspecteur deze beslissing neemt bij voor bezwaar vatbare beschikking. Gelet daarop staat tegen deze beslissing geen bezwaar open en derhalve evenmin tegen de weigering om op het verzoek om ontheffing te beslissen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken