Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 6 juli 2022, ECLI:NL:OGEAA:2022:170

Belanghebbende heeft bezwaar (20 september 2021 en 13 oktober 2021) gemaakt tegen de berekening van invoerrechten. Vervolgens wordt op 23 december 2021 beroep ingesteld door belanghebbende. Volgens de Landsverordening in-, uit-, en doorvoer (LIUD) dient de Inspecteur op het bezwaarschrift te beslissen, maar daarvoor is geen termijn gesteld. De beroepen zijn prematuur ingesteld en derhalve niet-ontvankelijk. Tegen het niet-tijdig doen van uitspraak op bezwaar (fictieve weigering) inzake de toepassing van de LIUD staat geen beroep open. Het Gerecht is het met belanghebbende eens dat ter wille van een behoorlijke rechtsbescherming beroep mogelijk moet zijn tegen het niet-tijdig beslissen op een bezwaarschrift. Het Gerecht oordeelt dat, omdat het om belastingen gaat, hiervoor aansluiting moet worden gezocht bij de bepalingen van de Algemene landsverordening belastingen (ALB) en niet de Landsverordening administratieve rechtspraak zoals belanghebbende dat voorstaat. Ook met overeenkomstige toepassing van voormelde bepalingen van de ALB, zijn de beroepen niet-ontvankelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl