Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 7 november 2018, ECLI:NL:OGEAA:2018:673
Belanghebbende is gevestigd op Aruba. Zij heeft vorderingen op gelieerde vennootschappen, waarvoor zij geen rente in rekening brengt. Aangezien transacties tussen gelieerde partijen ‘at arm’s length’ moeten geschieden, heeft de Inspecteur terecht een rentebate in aanmerking genomen met betrekking tot deze renteloze vorderingen. Verder maakt belanghebbende gebruik van ondersteunende diensten door de moedermaatschappij op Curaçao. Daarvoor is geen vergoeding in rekening gebracht aan belanghebbende. Niettemin wenst belanghebbende een vergoeding in aftrek te brengen op grond van het at arm’s length-beginsel. Het Gerecht onderschrijft dat standpunt, maar is van oordeel dat ter zake van deze fictieve vergoeding de aftrekbeperking van artikel 6 Lv WB van toepassing is, als ware het een werkelijk betaalde vergoeding.
De uitspraak op rechtspraak.nl