Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 2 juli 2015, ECLI:NL:OGEAA:2015:245

Arubaanse strafzaak. Onttrekking van een minderjarige (4 jaar oud) aan het wettig gezag van de moeder voor de duur van 1 jaar en 9 maanden. De ouders hadden het gezamenlijk ouderlijk gezag. Het kind verbleef met toestemming van de moeder bij de vader. Het gerecht in eerste aanleg van Aruba moest een beslissing nemen ten aanzien van het gezag en de omgangsregeling (er was een procedure hierover gaande). Na indiening van het rapport van de Voogdijraad en vóór de voortzetting van de behandeling in voornoemde familiezaak is de vader zonder toestemming van de moeder met het kind naar een onbekend adres in Nederland vertrokken. Het gerecht heeft de moeder vervolgens met het eenhoofdig ouderlijk gezag belast. Vader bleef met het kind ondergedoken in Nederland. Gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. De verweren “psychische overmacht” en “overmacht in de zin van noodtoestand” worden verworpen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen