Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 23 februari 2026, ECLI:NL:OGAACMB:2026:9
Disciplinair ontslag. Bij de vaststelling van het plichtsverzuim bij gedraging 1 heeft de minister in strijd gehandeld met de onschuldpresumptie. Gedragingen 2, 3 en 4 leveren wel plichtsverzuim op. Het plichtsverzuim is toerekenbaar. De opgelegde disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag is niet onevenredig aan de aard en de ernst van het gepleegde plichtsverzuim. Aan een politieambtenaar mogen hoge eisen van integriteit en betrouwbaarheid worden gesteld. Het ondertekenen van een proces-verbaal van aangifte, terwijl ze van mening was dat de inhoud niet klopte is, gelet op het feit dat dat kan leiden tot de onterechte veroordeling van een burger, een ernstige vorm van plichtsverzuim. Bezwaar is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 3 december 2025, ECLI:NL:ORBAACM:2025:39
- Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 2 december 2025, ECLI:NL:ORBAACM:2025:35
- CRvB 11 juli 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1429
- CRvB 10 november 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2397
- CRvB 19 mei 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:945