HR 9 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:891

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. te hard rijden buiten bebouwde kom, art. 21 RVV 1990. Dubbel verstek. Aanwezigheidsrecht. Dagvaardingstermijn in hoger beroep, art. 413.1 Sv. Had hof (enkelvoudige kamer) het onderzoek ttz. op grond van art. 413.1 jo. art. 265.3 Sv moeten schorsen? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Uit betekeningsstukken volgt dat in art. 413.1 Sv voorgeschreven termijn van 10 dagen niet in acht is genomen. Nu stukken niets inhouden waaruit zou kunnen volgen dat verkorting van termijn heeft plaatsgevonden met toestemming van verdachte en verdachte blijkens p-v van tz. aldaar niet is verschenen, had hof het onderzoek ttz. op grond van art. 413.1 jo. 265.3 Sv moeten schorsen. Dat verzuim heeft nietigheid van onderzoek en naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak tot gevolg. Volgt vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/03370
Datum 9 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 21 juli 2025, nummer 23-000382-25, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Veltheer bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal P.T.C. van Kampen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam om op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1 Het cassatiemiddel klaagt over de beslissing van het hof tot het verlenen van verstek tegen de niet-verschenen verdachte.

2.2 Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juni 2026.

Verbonden uitspraken