HR 20 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:66

Medeplegen zware mishandeling met voorbedachte raad door aangever met auto naar afgelegen plek in bos te brengen en hem daar meermalen tegen zijn hoofd en lichaam te schoppen, trappen en slaan, waardoor aangever meerdere fracturen (in zijn gezicht en kuitbeen) en ontwrichting ter hoogte van zijn sleutelbeen oploopt, art. 302.1 jo. 303.1 Sr. Bewijsklacht zwaar lichamelijk letsel. Kunnen breuken van kaakholte, oogkasbodem, neusbijholte, jukbeen en kuitbeen (naast ontwrichting ter hoogte van sleutelbeen) worden aangemerkt als “zwaar lichamelijk letsel” a.b.i. art. 302.1 jo. 303.1 Sr? HR wijdt beschouwingen aan begrip zwaar lichamelijk letsel, waarbij HR nader ingaat op algemene gezichtspunten voor beantwoording van vraag of sprake is van zwaar lichamelijk letsel, te weten aard van letsel, eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en uitzicht op (volledig) herstel. Als het toebrengen of veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel wordt tlgd., kan het voor beoordeling door rechter van belang zijn dat zich bij processtukken gegevens bevinden die concreet informatie geven over (elk van) de hiervoor genoemde gezichtspunten. OM is ervoor verantwoordelijk dat hiervoor benodigde (medische) stukken, voordat zaak ttz. wordt behandeld, bij processtukken worden gevoegd (vgl. art. 149a.1 Sv). In voorkomende gevallen kan rechter (desnoods door aanhouding van behandeling van zaak) bewerkstelligen dat stukken met nadere informatie over letsel alsnog bij processtukken worden gevoegd. Hof heeft vastgesteld dat slachtoffer a.g.v. bewezenverklaarde geweldshandelingen van verdachte en zijn mededaders (naast ontwrichting ter hoogte van sleutelbeen) breuken in meerdere lichaamsdelen, te weten breuken op 2 plaatsen van kaakholte, oogkasbodem, neusbijholte, jukbeen en kuitbeen heeft opgelopen. Verder heeft hof vastgesteld dat slachtoffer op spoedeisende hulp van ziekenhuis is behandeld door chirurg. Op grond hiervan heeft hof kennelijk geoordeeld dat in dit specifieke geval de aard, samenstel en veelheid van de aan slachtoffer toegebrachte letsels zo ernstig zijn dat deze (ook zonder nadere/specifieke vaststellingen over noodzaak en aard van medisch ingrijpen en uitzicht op (volledig) herstel) als zwaar lichamelijk letsel a.b.i. art. 302.1 jo. 303.1 Sr moeten worden aangeduid. Dat oordeel getuigt in het licht van wat hiervoor is vooropgesteld niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen