HR 13 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:51

Poging tot zware mishandeling door 14-jarige jongen een kopstoot te geven door 20-jarige verdachte, art. 302.1 Sr. Bewijsklacht opzet. Heeft verdachte door het geven van kopstoot bewust aanmerkelijke kans aanvaard dat aangever daardoor zwaar lichamelijk letsel zou oplopen? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2003:AE9049 en HR:2018:718 m.b.t. voorwaardelijk opzet op gevolg. Hof (dat verdachte heeft veroordeeld voor poging tot zware mishandeling) heeft vastgesteld dat verdachte de aangever heeft vastgepakt en hem kopstoot in zijn gezicht heeft gegeven, waardoor aangever een harde klap tegen zijn neus voelde, duizelig werd en neusbreuk opliep. Deze vaststellingen vormen onvoldoende grond voor oordeel dat verdachte bewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij aangever door het geven van kopstoot zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen. Daarbij is van belang dat hof i.v.m. die kans geen nadere vaststellingen heeft gedaan over omstandigheden waaronder kopstoot is gegeven, zoals over kracht en gerichtheid waarmee deze is toegebracht. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 24/00845 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken