HR 8 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1418

Diefstal van loktas, art. 310 Sr. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM op de grond dat loktas in strijd met Tallon-criterium is ingezet. Is ’s hofs oordeel over rechtmatigheid van gehanteerde opsporingsmethode (inzet van lokmiddel) toereikend gemotiveerd, nu hof heeft vastgesteld dat sprake is geweest van een op verdachte gerichte inzet van lokmiddel waarbij niet verdachte het lokmiddel heeft geselecteerd maar waarbij verdachte door opsporingsambtenaar is uitgekozen? HR: art. 81.1 RO.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/03535
Datum 8 september 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 september 2024, nummer 21-000007-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat A.W. Syrier bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 september 2026.

Aangehaalde artikelen

Verbonden uitspraken