HR 14 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1201
Medeplegen poging tot doodslag (art. 287 Sr) en medeplegen poging tot afpersing (art. 317.3 jo. 312.2.2 Sr). 1. Grondslagverlating medeplegen poging tot doodslag. Kon hof bewezenverklaarde poging tot medeplegen doodslag kwalificeren als medeplegen poging tot doodslag en strafoplegging daarop baseren? 2. Grondslagverlating medeplegen poging tot afpersing. Kon hof bewezenverklaarde poging tot medeplegen afpersing kwalificeren als medeplegen poging tot afpersing, bij bewezenverklaarde ook gedragingen van medeverdachten betrekken en strafoplegging daarop baseren? 3. Bevel tot gevangenneming van verdachte bij einduitspraak. Belang bij cassatie? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/01148, 25/01197, 25/01199, 25/01275, 25/01277, 25/01279 P, 25/01288 en 25/01299 en met 25/01198 P, 25/01200 P en 25/01280 P (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, betrokkene n-o).
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/01146
Datum 14 juli 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 maart 2025, nummer 20-001808-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat H.M.W. Daamen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juli 2026.
Aangehaalde artikelen
Verbonden uitspraken
- Hof 's-Hertogenbosch 28 maart 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:888
- Conclusie A-G Sinnige 19 mei 2026, ECLI:NL:PHR:2026:467
- HR 14 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1208
- HR 14 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1203
- HR 14 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1204
- HR 14 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1207
- HR 14 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1202
- HR 14 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1225
- HR 14 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1206
- HR 14 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1205