HR 11 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:344
Gevaar in verkeer veroorzaken door als bestuurder van auto onder invloed van alcohol en cocaïne tijdens politieachtervolging met te hoge snelheden (tussen 70 en 120 kilometer per uur) te rijden, tegen verkeersrichting in een rotonde op te rijden en door rood licht te rijden, art. 5a.1 jo. 6 en 175.2 WVW 1994. Kon hof oordelen dat door bewezenverklaarde gedragingen “levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor ander(en) te duchten was”? Art. 5a.1 WVW 1994 beschrijft (niet uitputtend) reeks gedragingen. O.g.v. art. 5a.1 WVW 1994 is het verboden, door een of meer van dergelijke gedragingen te verrichten, zich opzettelijk zodanig in het verkeer te gedragen dat verkeersregels in ernstige mate worden geschonden, als daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor ander te duchten is. Om te kunnen beoordelen of gelet op bewezenverklaard gedrag waarmee verkeersregels in ernstige mate zijn geschonden, levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor ander te duchten was, moet worden vastgesteld of dit gevaar naar algemene ervaringsregels te voorzien was. Zoals ook uit wetsgeschiedenis van art. 5a WVW 1994 volgt, vergt dit beoordeling aan de hand van concrete feiten en omstandigheden van geval, waaronder plaats waar en tijdstip waarop genoemd gedrag heeft plaatsgevonden. Bij dit oordeel is van belang dat in verkeer in het algemeen niet goed voorspelbaar is bij welke andere verkeersdeelnemers men in nabijheid zal komen en hoe deze zullen reageren op schending van verkeersregels. Van het duchten van levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor ander kan daarom ook sprake zijn als gedrag waarmee verkeersregels in ernstige mate is geschonden, met zich brengt dat bestuurder van voertuig niet in staat kan worden geacht steeds adequaat te reageren op aanwezigheid en verkeersgedrag van andere verkeersdeelnemers. Hof heeft vastgesteld dat in bebouwde kom een politieachtervolging heeft plaatsgevonden. Tijdens die achtervolging was verdachte onder invloed van alcohol en cocaïne, waardoor zijn rijvaardigheid was verminderd. Verdachte heeft gedurende langere periode met hoge snelheden (tussen 70 en 120 kilometer per uur) gereden, onder meer op locaties waar 50 kilometer per uur was toegestaan. Tijdens achtervolging heeft verdachte 6 maal een rood verkeerslicht genegeerd en is hij 1 keer tegen verkeersrichting in een rotonde opgereden. Op de door verdachte bereden wegen bevonden zich meerdere andere verkeersdeelnemers die niet bedacht waren op rijgedrag van verdachte, terwijl verdachte niet voldoende overzicht had om hen tijdig op te merken. ‘s Hofs op deze vaststellingen gebaseerde oordeel dat, gelet op gedrag van verdachte waarmee hij verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden, levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor ander te duchten was, getuigt (gelet op wat is vooropgesteld) niet van onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is, ook in het licht van het namens verdachte gevoerde verweer dat andere weggebruikers de verdachte zouden hebben opgemerkt en dat hij met zijn weggedrag rekening met hen zou hebben gehouden, toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl