HR 18 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:288
Profijtontneming, w.v.v. uit verduistering en soortgelijke feiten a.b.i. art. 36e.2 (oud) Sr door geldbedragen van derdengeldrekening van notariskantoor, waar betrokkene werkzaam was, te laten overboeken naar privérekeningnummers van hemzelf. Motivering schatting w.v.v., arrest hof in strafzaak als bewijsmiddel in ontnemingszaak. 1. Kon hof het in strafzaak gewezen arrest aanmerken als wettig b.m. a.b.i. art. 511f Sv? 2. Kon hof in bewezenverklaring van strafzaak genoemde bedragen bij schatting w.v.v. betrekken, nu die bedragen uitsluitend blijken uit als b.m. opgenomen uitspraak in strafzaak en niet ook uit rekeningafschriften die als overige b.m. zijn opgenomen? Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2013:BV9087 m.b.t. eisen die worden gesteld aan motivering van schatting van w.v.v. Arrest hof in strafzaak tegen betrokkene kan als wettig b.m. worden aangemerkt. Dat arrest betreft immers beslissing “in den wettelijken vorm opgemaakt door colleges of personen met rechtspraak belast” en daarmee schriftelijk bescheid a.b.i. art. 339.1.5 jo. 344.1.1 Sv. Deze bepalingen zijn o.g.v. art. 511g.2 jo. 415.1 Sv ook van toepassing in (hoger beroep in) ontnemingszaken. Ad 2. Geen rechtsregel staat eraan in de weg dat rechter in ontnemingszaak aan bewezenverklaring, die is opgenomen in uitspraak in strafzaak, gegevens ontleent die redengevend zijn voor schatting w.v.v. Rechter in ontnemingszaak is in zo’n geval niet gehouden om b.m. die betrekking hebben op die bewezenverklaring, ook in uitspraak in ontnemingszaak op te nemen. Dat is alleen anders als het opnemen van die b.m. in concreet geval noodzakelijk is voor begrijpelijkheid van schatting w.v.v. of als met het opnemen van die b.m. de redenen kunnen worden opgegeven die in het bijzonder hebben geleid tot het afwijken van uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over schatting van voordeel. Hof heeft, door uitspraak in strafzaak als wettig b.m. te gebruiken, daarin opgenomen bewezenverklaring en in die bewezenverklaring genoemde (door betrokkene verduisterde) geldbedragen tot uitgangspunt kunnen nemen bij schatting van het door betrokkene uit de in strafzaak bewezenverklaarde feiten verkregen voordeel. Hof heeft met het opnemen van dat b.m. de schatting w.v.v., ook v.zv. deze schatting verband houdt met hiervoor genoemde bedragen, toereikend gemotiveerd. Daaraan doet niet af dat hof wat betreft die geldbedragen (ten aanzien waarvan verdediging niet heeft betwist dat betrokkene deze bedragen vanaf derdengeldenrekening van notariskantoor heeft ontvangen en ook niet dat deze als w.v.v. kunnen worden aangemerkt) niet tevens rekeningafschriften m.b.t. overboeking van die bedragen als b.m. heeft opgenomen. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl