HR 18 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:284
Medeplegen opzettelijk aanwezig hebben van ruim 5,5 kilogram hennep, aangetroffen in auto (art. 3.C Opiumwet). Rechtmatigheid van fouillering van verdachte en doorzoeking van auto, ernstige bezwaren t.z.v. Opiumwetfeit. 1. Kon hof oordelen dat sprake is van redelijk vermoeden van schuld a.b.i. art. 27 Sv t.t.v. “staandehouding en ondervraging”? 2. Verweer over ontbreken van machtiging en toestemming bij doorzoeking van auto. Kon hof oordelen dat in geval van verdenking t.z.v. Opiumwetdelict geen toestemming vereist is? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/00859.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/00858
Datum 18 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 23 februari 2023, nummer 23-000631-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.W. Koevoets, advocaat in Terneuzen, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025.