HR 16 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1935
Medeplegen diefstal met geweld (art. 312.2.2 Sr) en medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr). Vrijspraak in eerste aanleg t.z.v. diefstal met geweld. Bewijsklachten medeplegen. HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Oordeel hof dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van feiten is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd, gelet op vaststellingen van hof over rol van verdachte in voorbereiding en uitvoering van feiten. Volgt verwerping. Samenhang met 24/01650 en 24/01752.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/01690
Datum 16 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 april 2024, nummer 21-003403-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten N. van Schaik en H. Brentjes bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
2.1 De cassatiemiddelen klagen over (de motivering van) het bewezenverklaarde.
2.2 De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2025.