HR 11 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:141

Dodelijk verkeersongeval door op besneeuwd wegdek met bijna dubbele van toegestane maximumsnelheid op kruispunt af te rijden, geen voorrang te geven aan auto van rechts en daarmee in botsing te komen, waarna zijn auto tegen boom tot stilstand komt. Dood door schuld in het verkeer (art. 6 WVW 1994), doodslag (art. 287 Sr) en verlaten plaats ongeval (art. 7.1 WVW 1994). Bewijsklacht doodslag. Heeft verdachte aanmerkelijke kans op dood van slachtoffer bewust aanvaard? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2003:AE9049 en HR:2018:718 m.b.t. voorwaardelijk opzet op gevolg. Hof heeft vastgesteld dat verdachte met op dat moment nog snelheid van ongeveer 70 km/u, frontaal tegen bestuurderszijde van de van rechts komende auto van slachtoffer is gebotst. Onder verwijzing naar deze toedracht heeft hof (niet onbegrijpelijk) geoordeeld dat verdachte moet hebben geweten dat hij die aanrijding heeft veroorzaakt. Verder heeft hof vastgesteld dat slachtoffer met haar auto in naastgelegen sloot is terechtgekomen a.g.v. die botsing, waarbij haar auto op linkerzijde in water lag. Auto van verdachte is voor sloot tegen boom tot stilstand gekomen. Verdachte is bijna direct na ongeval uit zijn auto gestapt, heeft vriend uit die auto bevrijd, heeft hulpdiensten niet gebeld en heeft tegen omstander op intimiderende manier gezegd dat hij niet wilde dat politie zou komen. Verdachte heeft niemand verteld over andere auto waarmee hij in aanrijding was gekomen en is vervolgens rustig weggelopen, terwijl hij belde met vriend om te vragen of hij ergens kon worden opgehaald. Slachtoffer is aan gevolgen van aanrijding ((traumatische) hersenbeschadiging en longbeschadiging t.g.v. (bijna) verdrinking) overleden. Hof heeft overwogen dat uit art. 7.1 WVW 1994 “specifieke zorgplicht” volgt voor veroorzaker van verkeersongeval, die inhoudt dat het is verboden om plaats van ongeval te verlaten als daardoor ander in hulpeloze toestand wordt achtergelaten. Tegen deze achtergrond heeft hof verder overwogen dat op veroorzaker van zo’n botsing plicht rust te doen wat in zijn vermogen ligt om ervoor te zorgen dat tijdig noodzakelijke hulp wordt verschaft aan inzittenden van auto waartegen hij is aangereden. Daaronder valt volgens hof ook plicht om zich na botsing tijdig op hoogte te stellen van wat met andere auto en inzittenden van die auto is gebeurd. Hof heeft in aansluiting op zijn vaststellingen overwogen dat verdachte zich niet op hoogte heeft gesteld van wat er direct na ongeval met andere auto en daarin aanwezige slachtoffer is gebeurd en haar ook geen hulp heeft geboden, terwijl verdachte wel in staat was na te denken en situatie te overzien. ‘s Hofs hierop gebaseerde oordeel dat verdachte welbewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat slachtoffer (mede) a.g.v. het te lang uitblijven van hulpverlening zou komen te overlijden, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is in het licht van wat is vooropgesteld toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken