HR 4 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:135
Vervoeren van 16 kilo cocaïne (art. 2.B Opiumwet) en 2,8 kilo henneptoppen (art. 3.B Opiumwet), aanwezig hebben van 18 kilo hennep (art. 3.C Opiumwet), voorhanden hebben van wapens en munitie (art. 26.1 WWM), voorhanden hebben van valse identiteitsbewijzen en rijbewijzen (art. 231.2 Sr) en opzetheling van 55 beamers (art. 416.1.a Sr). Tenaamstelling vonnis Rb. Kon hof de verdachte op naam van A, zich eerder in procedure uitgevende als B, veroordelen, nu hij in eerste aanleg ten onrechte op naam van B is berecht en veroordeeld? In een geval als dit, waarin in hoger beroep is komen vast te staan dat in eerste aanleg a.g.v. persoonsverwisseling het vonnis is gesteld op naam van andere persoon dan persoon op wie vervolging daadwerkelijk betrekking heeft, moet hof dat vonnis (in ieder geval wat betreft tenaamstelling van vonnis) vernietigen. Als in zo’n geval komt vast te staan wat werkelijke naam is van persoon op wie vervolging betrekking heeft, staat geen rechtsregel eraan in de weg dat hof zijn arrest op die naam stelt. Nu hof heeft vastgesteld dat in h.b. verschenen persoon met naam A, persoon is op wie vervolging daadwerkelijk betrekking heeft omdat het deze persoon is die in deze zaak als verdachte is aangehouden en op wie strafzaak betrekking heeft, getuigt ‘s hofs oordeel dat (onder vernietiging van vonnis in e.a.) arrest op naam kan worden gesteld van “A, zich eerder in procedure uitgevende als B”, niet van onjuiste rechtsopvatting en is dat oordeel niet onbegrijpelijk. HR merkt op dat, als vonnis in eerste aanleg a.g.v. persoonsverwisseling is gesteld op naam van andere persoon dan persoon op wie vervolging daadwerkelijk betrekking heeft, het in de rede ligt dat rechter het nodige in het werk stelt om te voorkomen dat, na hiervoor bedoelde aanpassing van tenaamstelling van uitspraak, onjuiste gegevens in overheidsregistraties blijven staan. Dat kan bijvoorbeeld door OM op te dragen om, als het o.g.v. art. 6:1:1.2 Sv uitspraak van rechter aan minister verstrekt, aandacht van minister te vestigen op noodzaak dat registratie van veroordeling door Rb in betreffende zaak ten name van die andere persoon wordt verwijderd. HR zal in deze zaak het OM opdragen dit te doen. Volgt verwerping met opdracht aan OM om aandacht van minister te vestigen op noodzaak dat registratie van veroordeling door Rb ten name van B wordt verwijderd.
De uitspraak op rechtspraak.nl