HR 4 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:119

Bezit en vervaardigen van kinderporno (meermalen gepleegd), art. 240b.1 (oud) Sr. Toelaatbaarheid bijzondere voorwaarde m.b.t. het verlenen van medewerking aan het steekproefsgewijs laten controleren van zijn digitale gegevensdragers, art. 14c.2.14 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2022:807 m.b.t. uitleg van gedragsvoorwaarde en vereisten voor het stellen daarvan en uit HR:2021:1403, inhoudende dat regelingen van art. 14c.3.b Sr en art. 6:3:14 Sv er niet aan in de weg staan dat bijzondere voorwaarde a.b.i. art. 14c.2.14 Sr wordt gesteld die ertoe strekt toezicht op andere door rechter o.g.v. art. 14c.2 Sr gestelde bijzondere voorwaarde(n) mogelijk te maken of te bevorderen. Bij het stellen van zo’n gedragsvoorwaarde moet zijn gewaarborgd dat toezicht niet leidt tot meer dan beperkte inbreuk op persoonlijke levenssfeer van veroordeelde. Daarbij komt betekenis toe aan vraag met welke frequentie en hoe controles van gegevensdragers mogen worden uitgevoerd en welke (politie)functionarissen daarbij betrokken mogen zijn (vgl. HR:2021:248). Hof heeft gedragsvoorwaarden gesteld die inhouden dat verdachte zich onthoudt van gedragingen die zijn gericht op internetomgevingen waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen of waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd. Daarnaast heeft hof, om toezicht op naleving van deze bijzondere voorwaarde mogelijk te maken, bijzondere voorwaarde gesteld dat verdachte meewerkt aan het steekproefsgewijs laten controleren van zijn digitale gegevensdragers, waarbij aan reclassering onder meer is overgelaten “op welke manier en door wie” deze controles worden uitgevoerd. Deze voorwaarde voldoet niet aan hiervoor genoemde eisen en is daarom in strijd met art. 14c.2.14 (oud) Sr, omdat daaruit niet blijkt op welke manier controles van gegevensdragers mogen worden uitgevoerd, welke functionarissen daarbij betrokken mogen zijn en hoe is gewaarborgd dat persoonlijke levenssfeer van verdachte daarbij niet verdergaand wordt beperkt dan nodig is voor beoogd toezicht en dat toezicht niet leidt tot meer dan beperkte inbreuk op persoonlijke levenssfeer van verdachte. Dat hof (kennelijk naar aanleiding van het “nee knikken” van verdachte tijdens tz. in hoger beroep) heeft overwogen dat verdachte heeft verklaard dat hij zijn medewerking wil verlenen aan “alle hem te stellen bijzondere voorwaarden”, leidt niet tot ander oordeel. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. strafoplegging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken