HR 8 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1071

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op personenauto met bijbehorende sleutels en chauffeurspas onder klager (taxichauffeur) t.z.v. verdenking van deelname aan criminele organisatie die zich bezighoudt met witwassen van gelden uit drugshandel en het aanbieden van illegale gokspelen. Proportionaliteit en subsidiariteit van voortzetting beslag. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2023:128 m.b.t. vraag wanneer rechter blijk moet geven van onderzoek naar vraag of voortzetting van beslag in overeenstemming is met eisen van proportionaliteit en subsidiariteit en (als dat het geval is) welke eisen moeten worden gesteld aan motivering van zijn beslissing. Namens klager is aangevoerd dat klager vader is van 3 jonge kinderen en kostwinner is van zijn gezin, dat hij in grote financiële problemen verkeert en dat het in het bijzonder van groot belang is dat hij over zijn chauffeurspas beschikt om zijn werkzaamheden uit te voeren en inkomen te genereren. Rb heeft geoordeeld dat voortduring van beslag voldoet aan eisen van proportionaliteit en subsidiariteit en heeft klaagschrift ongegrond verklaard. Dat oordeel is niet toereikend gemotiveerd in het licht van wat hiervoor is vooropgesteld. Daarbij is van belang dat Rb niet kenbaar in haar overwegingen heeft betrokken wat namens klager naar voren is gebracht over aanmerkelijke (financiële) gevolgen van het voortduren van beslag, i.h.b. vanwege omstandigheid dat klager de chauffeurspas nodig heeft om te kunnen voorzien in zijn levensonderhoud en dat van zijn gezin. Enkele overweging van Rb dat gelet op “ernst van verdenking enerzijds en door klager aangevoerde persoonlijke belangen anderzijds” geen strijd bestaat met eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, volstaat in dit opzicht niet. Volgt vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken