HR 2 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:994
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. poging tot zware mishandeling, art. 302.2 Sr. Aanwezigheidsrecht. Dagvaardingstermijn, art. 413.1 Sv. Had hof (enkelvoudige kamer) onderzoek ttz. o.g.v. art. 413.1 jo. art. 265.3 Sv moeten schorsen? Dagvaarding van verdachte om te verschijnen op de tz. in hoger beroep van 14-11-2022 is op 4-11-2022 uitgereikt op wijze zoals is voorgeschreven in art. 36e.2.b Sv. Termijn van 10 dagen die in art. 413.1 Sv is voorgeschreven, is dus niet in acht genomen. Stukken houden niets in waaruit kan volgen dat verkorting van die termijn heeft plaatsgevonden met toestemming van verdachte. Volgens p-v van tz. in h.b. is verdachte daar niet verschenen. Daarom had hof onderzoek ttz. o.g.v. art. 413 jo. 265.3 Sv moeten schorsen. Hof heeft onderzoek ttz. echter voortgezet nadat tegen niet-verschenen verdachte verstek was verleend. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG gaat in op ontvankelijkheid cassatieberoep (art. 432.2 Sv).
De uitspraak op rechtspraak.nl