HR 9 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:903

Valsheid in geschrift, gepleegd door maatschap door valselijk vaccinatieverklaringen op te maken en deze in bedrijfsadministratie op te nemen (art. 225.1 Sr) en diergeneesmiddel onjuist toepassen, gepleegd door maatschap (art. 2.19.3.a jo. art. 2.8.1.c Wet dieren). Rechtsgeldigheid van intrekking van hoger beroep van ontbonden maatschap, art. 528.2 Sv. Hof heeft verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep omdat h.b. is ingetrokken. Is h.b. rechtsgeldig namens verdachte ingetrokken? O.g.v. art. 528.2 Sv wordt maatschap tijdens vervolging vertegenwoordigd door aansprakelijke vennoot of, als er meer aansprakelijke vennoten zijn, door een van hen. Iedere aansprakelijke vennoot kan daarom zelfstandig in strafzaken namens maatschap h.b. en beroep in cassatie instellen en ook zo’n ingesteld rechtsmiddel intrekken. Dat wordt niet anders door omstandigheid dat maatschap t.t.v. die proceshandeling ontbonden was. Maatschap bestond t.t.v. tlgd. uit 5 vennoten. Maatschap is in eerste aanleg op 14-11-2019 veroordeeld. T.t.v. behandeling van zaak in e.a. was maatschap al ontbonden. Uit daarvan opgemaakte akte kan worden afgeleid dat op 15-11-2019 namens verdachte h.b. is ingesteld en dat het feitelijk vennoot A was die die handeling heeft verricht. Bij brief van 5-4-2021 heeft raadsvrouw, die heeft aangegeven daartoe door maatschap bepaaldelijk gevolmachtigd te zijn, griffier Rb gemachtigd om h.b. in te trekken. Die intrekking is op dezelfde datum gebeurd. Vervolgens hebben 3 andere vennoten (C, D en E) schriftelijk aan griffie Rb te kennen gegeven dat “zij hebben begrepen dat h.b. is ingetrokken en dat dit naar hun mening onjuist is”. Eén van hen heeft vervolgens aangegeven dat 3 van de 5 vennoten het h.b. wensen voort te zetten en dat raadsvrouw niet gemachtigd was om namens maatschap op te treden. Hof heeft overwogen dat “A en B hebben gewild tegen vonnis Rb h.b. in te stellen en dat A dit mede namens B ook binnen daarvoor gestelde termijn heeft gedaan”. Daarin ligt als ’s hofs oordeel besloten dat namens verdachte rechtsgeldig h.b. is ingesteld. Hof heeft verder geoordeeld dat “A en B gerechtigd waren om h.b. ook weer in te trekken en dat deze intrekking moet worden gezien als rechtsgeldige intrekking die namens maatschap is gedaan.” Hierop gebaseerde niet-ontvankelijkverklaring van h.b. van verdachte getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en deze is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping. CAG: anders. Samenhang met 22/00898 P.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen