HR 28 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:760

Caribische zaak, exploitatie van bordelen in Sint Maarten. Medeplegen vrouwen- en mensenhandel, meermalen gepleegd (art. 260 WvSr NA (oud) en art. 2:239 SrStM), wederrechtelijke vrijheidsberoving, meermalen gepleegd (art. 295 WvSr NA (oud) en art. 2:249 SrStM), medeplegen mensensmokkel, meermalen gepleegd (art. 2:153 SrStM) en medeplegen illegale tewerkstelling van werknemers van bordelen in Sint-Maarten (art. 2:155 SrStM). 1. Werkwijze OM in vervolging. 2. Post-Keskin. Gebruik voor bewijs van verklaringen van getuigen die hof niet heeft doen horen. 3. Bewijsklacht mensenhandel. Is sprake van uitbuiting? 4. Bewijsklachten mensensmokkel en illegale tewerkstelling. 5. Bewijsklacht wederrechtelijke vrijheidsberoving m.b.t. wederrechtelijkheid. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/00205 C, 23/00206 PC, 23/00208 C en 23/00209 PC.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/00207 C
Datum 28 mei 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 15 december 2022, nummer H 106/2019, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats ] op [geboortedatum] 1966,
hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Reijntjes-Wendenburg, advocaat te Valkenswaard, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 mei 2024.

Aangehaalde artikelen

Verbonden uitspraken