HR 14 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:661

Zware mishandeling door een ander hard met vuist gericht op linkeroog te slaan, art. 302.1 Sr. Bewijsklacht. Heeft verdachte voorwaardelijk opzet gehad op toebrengen van zwaar lichamelijk letsel? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2003:AE9049 en HR:2018:718 m.b.t. voorwaardelijk opzet op gevolg. Uit bewijsvoering van hof volgt dat verdachte de aangever een op diens linkeroog gerichte harde vuistslag heeft gegeven, met zodanige kracht dat aangever zich nog net staande kon houden en daardoor fracturen in jukbeen en in botgebied tussen oogkas, neus en bijholte opliep. ‘s Hofs in zijn arrest besloten liggende oordeel dat vuistslag is gegeven op uiterst kwetsbaar deel van hoofd en dat verdachte onder die omstandigheden de ‘aanmerkelijke kans’ heeft aanvaard dat hij slachtoffer zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken