HR 12 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:317
Beklag ex art. 98.4 jo. art. 552a Sv door advocatenkantoor tegen beschikking RC ex art. 98.3 Sv over toelaatbaarheid beslag i.v.m. verschoningsrecht, na beslag ex 94 Sv op (digitale) stukken en gegevens onder onderneming t.z.v. verdenking t.z.v. grootschalige fraude in voedselketen. Is kennelijke oordeel Rb dat door schifting RC verschoningsrecht van klaagster voldoende is gewaarborgd toereikend gemotiveerd? Middel faalt. Redenen staan vermeld in HR:2024:314. Volgt verwerping. Samenhang met 23/01615, 23/01617, 23/01618, 23/01619, 23/01620, 23/01621, 23/01622, 23/01625, 23/01626, 23/01627, 23/01628, 23/01632, 23/01633, 23/01635, 23/01636, 23/01639, 23/01640, 23/01641, 23/01642, 23/01643 en 23/01644.
De uitspraak op rechtspraak.nl