HR 26 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1728

Economische zaak. Opzettelijke overtreding van voorschriften, gesteld bij art. 30t.1 en art. 30b.1 Wet op de kansspelen, meermalen gepleegd, door zonder vergunning in zijn reisbureau gelegenheid te geven om te gokken op voetbalwedstrijden. Is gelet op bestemming van de in reisbureau aangetroffen apparaten sprake van kansspelautomaten (zijnde speelautomaten) a.b.i. art. 30 Wok? O.g.v. wetsgeschiedenis van art. 30 Wok (vgl. HR:2021:157) moet worden aangenomen dat vereiste voor zijn van kansspelautomaat met zich brengt dat spel zelf moet bestaan uit mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, dat door speler in werking wordt gesteld. Hof heeft vastgesteld dat in reisbureau aanwezige computers uitsluitend werden gebruikt om, via daarop geïnstalleerde software, weddenschappen op (voetbal)wedstrijden af te sluiten en dat vervolgens aan de hand van daadwerkelijke sportuitslagen werd bepaald of tot uitkering van geldbedrag moest worden overgegaan. Hof heeft geoordeeld dat computers kunnen worden aangemerkt als ‘kansspelautomaten’, zijnde ‘speelautomaten’. Dat oordeel getuigt (mede in het licht van wetsgeschiedenis van art. 30 Wok) van onjuiste rechtsopvatting. Uit ’s hofs vaststellingen volgt niet dat sprake was van toestel ‘ingericht voor beoefening van spel dat bestaat uit een door speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces’ a.b.i. art. 30 Wok. Bij sportweddenschap (vgl. art. 15.2 Wok) is ‘spel’ immers sportwedstrijd waarop weddenschap wordt afgesloten en niet een door speler in werking gesteld proces als in die bepaling bedoeld. Dat computer (mede) is bestemd voor afsluiten van sportweddenschappen brengt dan ook niet mee dat deze is aan te merken als ‘speelautomaat’ en dus ook niet als ‘kansspelautomaat’ in de zin van art. 30 Wok. Volgt vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken