HR 26 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1691

Veroorzaken van ontploffing en brand door schuld in loods door open vuur onder ketel voor productie van synthetische drugs in aanraking te brengen met een of meer brandbare stof(fen), art. 158.1 en 158.2 Sr. Bewijsklacht, innerlijke tegenstrijdigheid. Kon hof culpoze variant (art. 158 Sr) bewezen verklaren, terwijl hof de verdachte heeft vrijgesproken voor opzettelijke variant (art. 157 Sr) en daarbij heeft overwogen “dat o.b.v. dossier niet is vast te stellen of en zo ja, welke handelingen verdachte heeft verricht waardoor ontploffing en brand zijn ontstaan”? HR: art. 81.1 RO.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/03273
Datum 26 november 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 augustus 2023, nummer 21-001314-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2024.

Aangehaalde artikelen

Verbonden uitspraken