HR 19 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1677

Verstoren van orde, rust en veiligheid of goede bedrijfsgang, art. 72 Wet personenvervoer 2000. Verzet tegen strafbeschikking. Heeft verdachte afstand gedaan van bevoegdheid om verzet in te stellen tegen strafbeschikking doordat strafbeschikking is voldaan door bewindvoerder? Art. 257e.1 Sv. In art. 257e.1 (derde volzin) Sv is bepaald dat verzet niet kan worden gedaan als verdachte afstand heeft gedaan van bevoegdheid daartoe door vrijwillig aan strafbeschikking te voldoen. Volgens wetsgeschiedenis van deze bepaling mag uit omstandigheid dat aan strafbeschikking wordt voldaan, in algemeen worden afgeleid dat verdachte vrijwillig aan strafbeschikking heeft voldaan. Als echter door of namens verdachte gemotiveerd wordt aangevoerd dat in concrete omstandigheden van geval voldoen aan strafbeschikking niet vrijwillig was, moet rechter onderzoeken of sprake was van vrijwilligheid en moet hij van dat onderzoek blijk geven in uitspraak. Hof heeft (onder verwijzing naar standpunt AG in hoger beroep) tegen strafbeschikking gedaan verzet n-o verklaard. Die beslissing berust op kennelijk oordeel van hof dat verdachte met betaling van sanctiebedrag vrijwillig aan strafbeschikking heeft voldaan. Hof heeft dat oordeel echter ontoereikend gemotiveerd, nu namens verdachte gemotiveerd is aangevoerd dat vanwege zijn onderbewindstelling geen sprake was van vrijwillige voldoening door verdachte aan strafbeschikking, en hof geen blijk heeft gegeven van hiervoor bedoeld onderzoek. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 22/02160, 22/02161, 22/02162 en 22/02163.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen