HR 15 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1457
Dood door schuld in het verkeer door in 2020 in Wijdewormer als bestuurder van auto met zeer onverantwoord hoge snelheid te rijden en met grote impact te botsen op andere auto, art. 6 WVW 1994 en verlaten plaats van ongeval, art. 7 WVW 1994. Strafmotivering (gevangenisstraf van 6 maanden en ontzegging van rijbevoegdheid van 2 jaren), betekenis van art. 51h.2 Sv. Heeft hof in strijd met art. 51h.2 Sv geen strafverlagende betekenis toegekend aan mediationtraject dat verdachte en nabestaanden van slachtoffer hebben gevolgd? HR wijdt algemene beschouwingen aan betekenis van art. 51h.2 Sv. Dit voorschrift brengt tot uitdrukking dat rechter bij beslissing over oplegging van straf of maatregel acht slaat op omstandigheid dat a.g.v. bemiddeling tussen slachtoffer en verdachte overeenkomst tot stand is gekomen, omdat die totstandkoming relevante omstandigheid kan zijn voor beslissing over oplegging van straf of maatregel. Of en op welke wijze dit gebeurt is afhankelijk van omstandigheden van geval, zodat algemene regels hiervoor niet kunnen worden geven. Indien tot stand gekomen overeenkomst schaderegeling omvat waardoor schade van slachtoffer a.g.v. strafbaar feit is vergoed, zal rechter daarmee in ieder geval rekening houden bij beslissing of straf of maatregel wordt opgelegd die (mede) verplichting tot vergoeding van de door slachtoffer geleden schade inhoudt en, zo ja, bij vaststellen van hoogte van eventuele betalingsverplichting. Voorschrift van art. 51h.2 Sv betreft niet motivering van oplegging van straf of maatregel, zodat rechter niet gehouden is ambtshalve ervan blijk te geven of en, zo ja, op welke wijze hij acht heeft geslagen op totstandkoming overeenkomst. Indien beslissing van rechter afwijkt van uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat in verband staat met omstandigheid dat a.g.v. bemiddeling overeenkomst tot stand is gekomen, dient rechter o.g.v. art. 359.2 Sv wel i.h.b. redenen op te geven die tot afwijken van dit standpunt hebben geleid. Uit art. 51h.2 Sv en wetsgeschiedenis van die bepaling volgt niet dat rechter steeds verplicht is om vanwege totstandkoming van overeenkomst tot strafverlaging over te gaan. Middel, dat op andersluidende opvatting is gebaseerd, is daarom tevergeefs voorgesteld. HR merkt nog op dat ‘bemiddeling’ in art. 51h.2 Sv niet uitsluitend schadebemiddeling betreft. Art. 51h.2 Sv heeft ook betrekking op vormen van bemiddeling die niet, of niet alleen, betrekking hebben op regeling van schade, maar die anderszins tot overeenkomst leiden. Wel is afhankelijk van aard van bemiddeling en inhoud van overeenkomst of en, zo ja, in welke mate aan die totstandkoming in concrete omstandigheden van geval gewicht toekomt bij straftoemeting en/of oplegging van maatregel. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl