HR 15 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1405
Zwaar lichamelijk letsel door schuld (roekeloosheid) in verkeer door als bestuurder van auto met snelheid van 175 tot 184 km/u te rijden op weg waar maximumsnelheid van 80 km/u geldt en te proberen op eenbaansweg links in te halen als gevolg waarvan ernstig ongeval plaatsvindt, waarbij bestuurder van andere auto breuken aan heup, oogkas en sleutelbeen oploopt, art. 5a.1 jo. 6 en 175.2 WVW 1994. Is sprake van schuld in de zin van roekeloosheid? HR wijdt, onder verwijzing naar Wet aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten (art. 5a WVW 1994), algemene beschouwingen aan roekeloosheid a.b.i. art. 175.2 WVW 1994. Onder roekeloosheid als zwaarste schuldvorm moet worden verstaan buitengewoon onvoorzichtige gedraging van verdachte waardoor zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, terwijl verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn. Van roekeloosheid a.b.i. art. 175.2 jo. 6 WVW 1994 is in elk geval sprake als gedrag ook als overtreding van art. 5a.1 WVW 1994 kan worden aangemerkt. Art. 5a.1 WVW 1994 beschrijft (niet uitputtend) reeks gedragingen. Als verdachte, door een of meer van dergelijke gedragingen te verrichten, opzettelijk zich zodanig in verkeer gedraagt dat verkeersregels in ernstige mate worden geschonden, kan dat gedrag als roekeloos worden aangemerkt als daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor ander te duchten is. Bij bewijs van opzettelijk in ernstige mate overtreden van verkeersregels komt het o.m. aan op f&o die zicht bieden op “algehele instelling van verdachte waar het in het concrete geval zijn deelname aan het verkeer betreft”. Hof heeft vastgesteld dat verdachte als bestuurder van personenauto op N297 met gierende banden aantal korte cirkels (‘donuts’) draaide. Nadat 2 verbalisanten die dit zagen optische signalen van hun dienstvoertuig in werking hadden gesteld, sloeg verdachte op de vlucht en reed hij weg over N297, waar maximumsnelheid van 80 km/u geldt. Verdachte was daar “alleen maar gas aan het geven” en bereikte over afstand van 1.600 meter snelheden tussen 157 en 278 km/u. Hij nam afrit richting kruising met N276. Die afrit is eenbaansweg en bij die kruising staan verkeerslichten. Verdachte reed op die afrit met snelheid tussen 175 en 184 km/u. Vervolgens botste hij tegen linker-achterzijde van voor hem rijdende personenauto. Verdachte heeft daarover verklaard: “Ik dacht dat ik er links voorbij kon. Ik reed er tegenop.”. Verder heeft hof in aanmerking genomen dat verdachte die dag veel stress had, boos was en stoom wilde afblazen, en dat hij bij eerdere ritten op die avond (ruim half uur voor bewezenverklaard verkeersongeval) snelheden van meer dan 200 km/u bereikte. O.g.v. deze vaststellingen heeft hof (niet onbegrijpelijk) geoordeeld dat verdachte opzettelijk maximumsnelheid over grotere afstand zeer fors heeft overschreden en dat hij heeft geprobeerd op eenbaansweg links in te halen. Hierop gebaseerd oordeel van hof dat verdachte verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden en dat verdachte roekeloos heeft gereden, als voorzienbaar gevolg waarvan verdachte verkeersongeval heeft veroorzaakt waardoor slachtoffer zwaar lichamelijk letsel is toegebracht, getuigt in het licht van wat is vooropgesteld niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl