HR 1 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1350

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op 2 personenauto’s en geldbedrag onder klaagster i.h.k.v. strafzaak tegen ander, waarna strafrechter heeft beslist tot onttrekking aan het verkeer van 1 auto, andere auto is verkocht en opbrengst daarvan en geldbedrag zijn teruggegeven aan klaagster. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 134.2.a Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR cassatieberoep van klaagster niet in behandeling nemen. CAG: In vonnis Rb in strafzaak tegen ander, dat zich bij stukken bevindt, is 1 auto onttrokken aan het verkeer, terwijl dit vonnis inmiddels onherroepelijk is geworden, zodat cassatieberoep op dit punt n-o is. Uit ingewonnen inlichtingen blijkt dat andere auto is verkocht voor € 9.345 en dat dit bedrag inmiddels is teruggegeven aan klaagster. Hetzelfde geldt voor inbeslaggenomen geldbedrag van € 12.500. Dit betekent dat beslag op auto en geldbedrag o.g.v. art. 134.2.a Sv is geëindigd en klaagster ook t.a.v. deze voorwerpen n-o is in haar cassatieberoep. Klaagster n-o. Samenhang met 22/03678 B (niet gepubliceerd; art. 80a RO).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/03677 B
Datum 1 oktober 2024
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 20 september 2022, nummer RK 22/549, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de klaagster.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft R.A.J. Verploegh, advocaat in ’s-Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klaagster in het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klaagster niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2 tot en met 2.4.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2024.

Aangehaalde artikelen

Verbonden uitspraken