HR 17 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1169
Verkrachting van vrouw met wie verdachte een seksuele relatie heeft, art. 242 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht dwang en daarvoor vereist opzet van verdachte. 2. Kon hof voor bewijs gebruikmaken van (met telefoon van verdachte gemaakte) geluidsbestanden die hof buiten verband van tz. in raadkamer heeft beluisterd? 3. Eigen waarneming van rechter gedaan buiten verband van tz., art. 340 Sv. Kon hof de in bewijsmiddelen vermelde geluidsopnames aanmerken als zelfstandig b.m.? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Uit bewijsvoering volgt dat verdachte het slachtoffer in zo’n bedreigende situatie heeft gebracht (door de door hof bewezenverklaarde feitelijkheden) dat slachtoffer zich naar redelijke verwachting niet aan die handelingen heeft kunnen onttrekken. Hof heeft ook toereikend gemotiveerd waarom uit gedragingen van verdachte blijkt dat verdachte bewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij zodanige psychische druk op slachtoffer heeft uitgeoefend dat slachtoffer zich naar redelijke verwachting niet aan zijn handelingen heeft kunnen onttrekken. Ad 2. Hof heeft, naast geluidsbestanden, voor bewijs ook gebruik gemaakt van p-v van bevindingen dat transcriptie van die geluidsbestanden bevat. Gelet op inhoud van dat p-v moet worden geoordeeld dat bewezenverklaring ook met weglating van geluidsbestanden als b.m. toereikend is gemotiveerd. Ad 3. Hof heeft miskend dat (met uitzondering van situatie waarin art. 567 Sv toepassing vindt) opname van beeld en/of geluid niet als wettig b.m. kan worden aangemerkt (vgl. art. 339.1 Sv). Zo’n opname kan wel meewerken tot bewijs via eigen waarneming van rechter a.b.i. art. 340 Sv. Die waarneming moet in beginsel plaatsvinden ttz. Onder omstandigheden mag eigen waarneming van rechter ook voor bewijs worden gebruikt als deze waarneming door rechter buiten verband van tz. is gedaan. Voorwaarden die daarvoor gelden zijn door HR uiteengezet in HR:2019:1414. O.g.v. art. 359.3 Sv moet bewezenverklaring steunen op inhoud van in uitspraak opgenomen b.m. “houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden”. Dit vereiste brengt met zich dat in het geval dat eigen waarneming van rechter voor bewijs wordt gebruikt, rechter in zijn uitspraak moet beschrijven wat betreffende waarneming inhoudt. Rechter kan niet (zoals hof heeft gedaan) volstaan met vermelding van vindplaats in dossier (vgl. HR:1927:167). In (zich i.c. niet voordoende) situatie dat overeenkomstig art. 575 Sv jo. art. 1.2 Besluit innovatie strafvordering art. 567 Sv toepassing vindt, kan opname van beeld en/of geluid wel zelfstandig als wettig b.m. voor bewijs worden gebruikt. Ook dan moet (zoals tevens in wetsgeschiedenis van art. 567 Sv naar voren komt) uitspraak een beschrijving van de door rechter gedane waarneming bevatten. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl