HR 10 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1151

Mensenhandel m.b.t. vrouw in prostitutie (art. 273f.1 Sr). 1. Vordering benadeelde partij. Hof heeft bij begroting materiële schade door verdachte gemaakte kosten in mindering gebracht. Heeft hof kosten juist berekend? 2. Oplegging vrijheidsbeperkende maatregel, art. 1.1 en 38v Sr. Ad 1. HR: Middel slaagt om redenen vermeld in CAG. CAG: Bij berekening van gemiddeld bedrag aan kosten per week heeft hof bedrag aan kosten dat volgt uit ontnemingsrapport gedeeld door 295 weken, terwijl in ontnemingsrapport kosten over 240 weken bij berekening zijn betrokken. Wijze waarop hof hoogte van de door verdachte gemaakte kosten heeft berekend is derhalve niet zonder meer begrijpelijk. Ad 2. HR ambtshalve: Hof heeft verdachte voor de jegens slachtoffer in periode van 1-3-2009 tot en met 31-1-2015 gepleegde mensenhandel onder meer veroordeeld tot vrijheidsbeperkende maatregel van 3 jaren die inhoudt dat verdachte op geen enkele wijze(direct of indirect) contact zal opnemen, zoeken of hebben met slachtoffer. Art. 38v Sr voorziet in mogelijkheid vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen. Deze bepaling is ingevoerd bij Wet rechterlijk gebieds- of contactverbod (Stb. 2011, 546), die op 1-4-2012 in werking is getreden. Invoering van deze bepaling houdt, in het licht van art. 1.1 Sr, wijziging in van toepasselijke regels van sanctierecht. In aanmerking genomen dat bewezenverklaard feit, dat door hof als 1 misdrijf is gekwalificeerd, mede vóór 1-4-2012 is begaan heeft hof miskend dat genoemde bepaling buiten toepassing moet blijven (vgl. HR:2018:79 en HR:2018:80). HR zal zaak in dit opzicht zelf afdoen en oplegging van vrijheidsbeperkende maatregel vernietigen. N.a.v. CAG merkt HR op dat rechtspraak van HR inhoudt dat voor verdachte nadelige wijziging van toepasselijke regels van sanctierecht buiten toepassing moet blijven als bewezenverklaard feit 1 (voortdurend) delict betreft en dat feit mede voor inwerkingtreding van die wijziging is begaan. In geval dat bewezenverklaring niet 1, maar meerdere delicten omvat, zal per delict, mede aan hand van bewezenverklaarde periode, moeten worden vastgesteld of feit (mede) voor dan wel na inwerkingtreding van betreffende wijziging is begaan. Hierbij is van belang dat, als sprake is van verrichten van strafbare gedragingen gedurende zekere periode, beantwoording van vraag of sprake is van 1 (voortdurend) delict dan wel meerdere delicten, mede wordt bepaald door inrichting van tll. en van(op grondslag van die tll. aangenomen) bewezenverklaring, alsmede wijze waarop rechter het bewezenverklaarde kwalificeert. Bij toepassing van hiervoor genoemde rechtspraak gaat HR uit van bewezenverklaring en kwalificatie zoals deze door feitenrechter in bestreden uitspraak is opgenomen. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing t.a.v. beslissing op vordering b.p. en oplegging van schadevergoedingsmaatregel. CAG: anders t.a.v. oplegging van vrijheidsbeperkende maatregel. Samenhang met 22/01640 P.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken