HR 13 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:854
Poging tot ambtsdwang door te dreigen klacht in te dienen tegen politieambtenaar na aanhouding van zoon van verdachte op verdenking van rijden onder invloed, art. 179 Sr. Kon hof door verdachte uitgesproken woorden aanmerken als ‘bedreiging met enige andere feitelijkheid’ a.b.i. art. 179 Sr, nu verdachte het recht heeft klacht in te dienen over optreden van politieambtenaar? Minderjarige zoon van verdachte is na achtervolging en aanrijding tussen diens scooter en dienstvoertuig van verbalisant aangehouden vanwege een alcoholindicatie en naar politiebureau overgebracht. Verbalisant heeft telefonisch contact opgenomen met verdachte om hem ervan op de hoogte te stellen dat zijn zoon vanwege verdenking van rijden onder invloed op politiebureau verbleef. Hof heeft verder vastgesteld dat verdachte (die zelf in het verleden werkzaam was bij politie en bekend is met vervelende en belastende consequenties van intern onderzoek) vervolgens tegen politieambtenaar heeft gezegd dat hij over aanrijding geen zaak zal beginnen, als politieambtenaar zijn zoon laat gaan zonder te blazen, en dat verdachte daarmee aanzienlijke psychische druk op politieambtenaar heeft uitgeoefend. ‘s Hofs oordeel dat door verdachte geuite bewoordingen een ‘bedreiging met een andere feitelijkheid’ opleveren, getuigt mede in het licht van wetsgeschiedenis bij art. 179 Sr niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat hof heeft vastgesteld dat mededeling van verdachte aan verbalisant dat hij de zoon van verdachte moest ‘laten gaan zonder hem te laten blazen’, door verdachte werd gedaan tezamen met zijn aankondiging dat hij in dat geval ‘geen zaak’ tegen verbalisant over aanrijding zou beginnen en dat verbalisant zich door die mededeling ‘in een hoek gedrukt’ voelde. Omstandigheid dat verdachte (zoals ieder ander) mogelijkheid had desgewenst klacht in te dienen n.a.v. optreden van politieambtenaar, maakt dat niet anders. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl