HR 6 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:818
Niet voldoen aan vordering om als kentekenhouder naam en personalia van bestuurder bekend te maken, art. 165.1 WVW 1994. Hof (enkelvoudige kamer) heeft verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1.a Sv en art. 36e.1 en 36e.2.b Sv. Is dagvaarding in eerste aanleg uitgereikt aan verdachte in persoon, nu dagvaarding is aangeboden op BRP-adres van verdachte maar verdachte heeft geweigerd dagvaarding in ontvangst te nemen, waarna dagvaarding is uitgereikt aan medewerker OM? Hof heeft verdachte n-o verklaard in het door hem ingestelde h.b., omdat h.b. niet binnen wettelijk voorgeschreven termijn is ingesteld. Hof heeft aan dat oordeel ten grondslag gelegd dat omstandigheid dat verdachte heeft geweigerd dagvaarding in e.a. in ontvangst te nemen, betekent dat dagvaarding aan verdachte in persoon is uitgereikt. Dat oordeel is onjuist, omdat in art. 36e Sv niet is voorzien in bepaling die weigering van verdachte om gerechtelijk stuk in ontvangst te nemen gelijkstelt met uitreiking van dat stuk in persoon, zoals bijvoorbeeld wel het geval is in art. 385.3 Sv (vgl. m.b.t. art. 588 (oud) Sv, voorloper van art. 36e Sv, HR:2007:BA7912). Volgt vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl