HR 30 mei 2023, ECLI:NL:HR:2023:812

Beklag, beslag op sigaretten en tabak onder klager t.z.v. verdenking van overtreding van aangifteplicht (art. 139 DWU en art. 10:1 ADW) en voorhanden hebben van tabaksproducten die niet zijn voorzien van voorgeschreven accijnszegels (art. 73 en 102 Wet op de accijns), waarna voorwerpen (na door OvJ verleende machtiging tot vernietiging) zijn vernietigd en Rb klager n-o heeft verklaard in beklag. Ontvankelijkheid cassatieberoep na machtiging tot vernietiging a.b.i. art. 117 Sv, art. 134.2.c Sv en art. 14.1 Besluit inbeslaggenomen voorwerpen. Is beslag beëindigd, nu voorafgaand aan vernietiging van inbeslaggenomen voorwerpen geen waardebepaling heeft plaatsgevonden? Rb heeft vastgesteld dat inbeslaggenomen voorwerpen zijn vernietigd o.g.v. machtiging a.b.i. art. 117 Sv. Hieruit volgt dat, gelet op art. 134.2.c Sv beslag al was beëindigd op moment van beslissing op klaagschrift. Dat voorafgaand aan vernietiging niet waardebepaling a.b.i. art. 117.3 Sv jo. art. 14.1 Besluit inbeslaggenomen voorwerpen heeft plaatsgevonden, maakt dat niet anders, nu art. 134.2.c Sv beëindiging van beslag niet afhankelijk stelt van zo’n waardebepaling. Nu Rb klager terecht n-o heeft verklaard in beklag, kan HR cassatieberoep van klager niet in behandeling nemen. Klager n-o. CAG (strekking): verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen