HR 9 mei 2023, ECLI:NL:HR:2023:688

Wapenhandel (meermalen gepleegd), art. 31.1 WWM. Redelijke termijn in hoger beroep en COVID-19 (corona). Kon hof volstaan met constatering dat redelijke termijn is overschreden, nu vertraging is ontstaan door corona-maatregelen? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2008:BD2578 m.b.t. duur van redelijke termijn en rechtsgevolgen van overschrijding van redelijke termijn. Bij zijn oordeel over vraag of sprake is van bijzondere omstandigheden die meebrengen dat hiervoor genoemde redelijke termijn moet worden verruimd alsmede over vraag welk gevolg aan geconstateerde overschrijding van redelijke termijn moet worden verbonden, kan rechter rekening houden met vertraging die concreet in behandeling van zaak is ontstaan a.g.v. overheidsmaatregelen n.a.v. uitbraak van coronavirus in 2020. Hof heeft geoordeeld dat, hoewel redelijke termijn van 2 jaren is overschreden met 5 maanden, kan worden volstaan met enkele constatering van die overschrijding. Daarbij heeft hof in het bijzonder gelet op nader onderzoek dat heeft plaatsgevonden en daarbij a.g.v. bijzondere en onvoorzienbare omstandigheid (te weten overheidsmaatregelen n.a.v. uitbraak van coronavirus in 2020) ontstane vertraging in planning van getuigenverhoren bij Rh-C. Dit oordeel getuigt, gelet op wat hiervoor is vooropgesteld, niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. CAG: anders. Samenhang met 21/03523 en 21/03525 P.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken