HR 18 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:470
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op hond (Amerikaanse Staffordshire Bullterriër) t.z.v. verdenking tegen dochter van klaagster van overtreding van art. 425.2 Sr n.a.v. bijtincident waarbij 6-jarig kind in achterhoofd is gebeten, waarna strafzaak tegen dochter is geseponeerd. Ongegrondverklaring beklag ex art. 552a Sv op de grond dat niet hoogst onwaarschijnlijk is dat op vordering OvJ ex art. 552f Sv, waarvan Rb behandeling heeft aangehouden, onttrekking aan het verkeer van de hond zal worden bevolen. Kon Rb oordelen dat belang van strafvordering voortduring van beslag vordert? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/04875 B.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/04247 B
Datum 18 april 2023
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 9 september 2021, nummer RK 21/1551, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de klaagster.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft J. Biemond, advocaat te ’s-Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2023.