HR 7 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:351

Profijtontneming, w.v.v. uit deelname uit criminele organisatie, oplichting van bank en witwassen. 1. Motivering schatting w.v.v. Heeft hof de schatting van w.v.v. “voldoende verankering gegeven” in bewijsmiddel? 2. Toerekening voordeel i.g.v. verscheidene daders. Heeft hof verduidelijkt waarom en o.g.v. welke b.m. hof tot het oordeel is gekomen dat gekozen verdeling van voordeel over diverse betrokkenen de juiste is? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/00926 P, 21/00911 P, 21/00990 P, 21/00996 P, 21/01052 P, 21/01108 P, 21/01109 P en 21/01191 P.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/01110 P
Datum 7 maart 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 3 maart 2021, nummer 23-000363-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959,
hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft K.A. Krikke, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 maart 2023.

Aangehaalde artikelen

Verbonden uitspraken