HR 7 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:340

Medeplegen van diefstal (met braak), meermalen gepleegd (art. 311.4 en 311.5 Sr) en medeplegen opzettelijk brand stichten (art. 157 Sr). Strafmotivering (gevangenisstraf 10 maanden). Heeft het hof ten onrechte in strafverzwarende zin acht geslagen op een niet aan verdachte tenlastegelegde verdenking van een nieuw strafbaar feit? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2010:BM9968 en HR:2017:2391 m.b.t. voorwaarden waaronder bij strafoplegging rekening kan worden gehouden met niet tlgd. feit. Hof heeft, in alinea in strafmotivering die is gewijd aan een over verdachte opgemaakte reclasseringsrapportage, overwogen dat ttz. in h.b. is gebleken dat verdachte “thans wederom vastzit in verband met een verdenking van diefstal” en dat aan verdachte (eerder) opgelegde voorwaardelijke straf en bijkomende bijzondere voorwaarden hem er “kennelijk niet van hebben weerhouden opnieuw de fout in te gaan”. Met eerste in vorige zin geciteerde zinsnede heeft hof kennelijk gereageerd op omstandigheid dat in reclasseringsrapportage werd gesteld dat verdachte een meer positieve lijn leek te hebben ingezet en er geen nieuwe aanwijzingen bestonden voor (nieuw) delictgedrag. Dat heeft hof kunnen doen. Klacht over tweede hiervoor geciteerde zinsnede is terecht voorgesteld. Die zinsnede is in geheel van strafmotivering echter van zodanig ondergeschikt belang dat gegrondheid klacht wegens gebrek aan belang niet tot cassatie kan leiden. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken