HR 19 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1730
Opzettelijk en wederrechtelijk vervaardigen van afbeelding op niet voor het publiek toegankelijke plaats, gebruik makende van “technisch hulpmiddel waarvan aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt” (art. 139f.1 (oud) Sr). HR: Of “aanwezigheid” van technisch hulpmiddel “op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt” is afhankelijk van omstandigheden van geval. Daarbij kan o.m. betekenis toekomen aan aard van technisch hulpmiddel, zichtbaarheid ervan en gebruik dat ervan wordt gemaakt, tijdstip waarop afbeelding wordt vervaardigd, locatie van persoon van wie afbeelding wordt vervaardigd en – in verband daarmee – mate waarin op die locatie redelijkerwijs eerbiediging van persoonlijke levenssfeer kan worden verwacht. Als het gaat om vervaardiging van afbeelding door gebruikmaking van camerafunctie van smartphone, brengt aard van smartphone als technisch hulpmiddel mee dat kenbaarheid van aanwezigheid van dit hulpmiddel mede moet worden beoordeeld a.d.h.v. kenbaarheid van (daadwerkelijke) gebruik van die camerafunctie. Hof heeft vastgesteld dat verdachte met zijn iPhone filmpje heeft gemaakt van o.m. A terwijl zij tijdens feest, waarbij ook anderen aanwezig waren, B. oraal bevredigde in jacuzzi van tuin van ouderlijk huis. Hof heeft verder vastgesteld dat A. op dat moment niet wist dat zij werd gefilmd en dat verdachte niet had aangegeven dat hij aan het filmen was. Bewezenverklaring houdt o.m. in dat verdachte gebruik heeft gemaakt van iPhone als technisch hulpmiddel “waarvan aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt”. Dit onderdeel kan echter niet z.m. worden afgeleid uit bewijsvoering hof. Uitspraak is in dat opzicht ontoereikend gemotiveerd. Daarbij neemt HR mede in aanmerking dat hof heeft vastgesteld dat verdachte gedurende feest “aldoor bezig was met maken van filmpjes en foto’s”. Opmerking verdient dat sinds 1 januari 2020 in art. 139h Sr o.m. strafbaar is gesteld het opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon een afbeelding van seksuele aard vervaardigen. Daarbij geldt niet als voorwaarde voor strafbaarheid dat gebruik wordt gemaakt van technisch hulpmiddel waarvan aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 22/00434 en 22/00451.
De uitspraak op rechtspraak.nl