HR 5 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1699

OM-cassatie. Vrijspraak t.z.v. rijden onder invloed van cannabis (art. 8.5 WVW 1994). Bloedonderzoek, strikte waarborg van art. 13.1.d (oud) Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in verkeer. 1. HR geeft duiding aan rechtspraak over strikte waarborg dat bloedmonster ‘zo spoedig mogelijk’ wordt verzonden naar laboratorium. 2. Kon hof oordelen dat niet is voldaan aan voorschrift dat bloedmonsters ‘zo spoedig mogelijk’ worden bezorgd bij laboratorium a.b.i. art. 13.1.d (oud) Besluit, nu tussen datum van bloedafname en moment van bezorging van bloed bij laboratorium 8 dagen zijn verstreken, terwijl niet kan worden vastgesteld bij welke temperatuur de bloedmonsters zijn vervoerd naar laboratorium? Ad 1. Rechtspraak van HR over vraag of verzending van bloedmonster zo spoedig mogelijk heeft plaatsgevonden, ziet met name op gevallen waarin feitenrechter bestanddeel ‘een onderzoek’ a.b.i. art. 8.5 WVW 1994 heeft bewezenverklaard en waarbij in cassatie namens verdachte wordt geklaagd over motivering van bewezenverklaring van dat bestanddeel. Uit deze rechtspraak kan worden afgeleid dat rechter in de regel, ook zonder nadere vaststellingen over wijze waarop bloedmonster direct na afname van bloed en tijdens transport naar laboratorium is bewaard, mag aannemen dat verzending ‘zo spoedig mogelijk’ heeft plaatsgevonden als bloedmonster binnen 8 dagen na dag van bloedafname is bezorgd bij laboratorium (vgl. o.m. rechtspraak genoemd in CAG). Recente rechtspraak van HR ziet daarnaast op specifiek geval waarin (toen nog vooruitlopend op wijziging van art. 13.1.d. Besluit die met ingang van 1 juli 2022 heeft plaatsgevonden (Stb. 2022, 77)) werkwijze is gevolgd waarbij bloedmonster is bewaard en vervoerd in vriezer bij -20°C. In zo’n geval komt, bij beantwoording van vraag of verzending van bloedmonster ‘zo spoedig mogelijk’ heeft plaatsgevonden, betekenis toe aan wijze waarop bloedmonster direct na afname van bloed en tijdens transport naar laboratorium wordt bewaard en consequenties van die bewaarwijze voor frequentie waarmee verzending mogelijk is. Als rechter (aan de hand van inhoud van strafdossier of verhandelde ttz.) vaststelt dat, gelet op wijze van bewaren op politiebureau en van vervoer naar laboratorium, risico op (gedeeltelijke) afbraak van alcohol, drugs of medicijnen na bloedafname zo goed als afwezig is, staat enkele omstandigheid dat bloedmonster niet direct na bloedafname is vervoerd naar laboratorium, niet in de weg aan oordeel dat verzending ‘zo spoedig mogelijk’ heeft plaatsgevonden (vgl. HR:2022:567). Dat kan met zich brengen dat ook tijdsverloop groter dan acht dagen nog als ‘zo spoedig mogelijk’ mag worden aangemerkt. In dergelijk geval, waarin dus wijze van bewaren van bloedmonster een belangrijke rol speelt, is rechter als hij tot bewezenverklaring komt, gehouden om concrete vaststellingen te doen over wijze van bewaren van bloed na afname daarvan en tijdens transport naar laboratorium (vgl. HR:2022:1853). Ad 2. Hof heeft verdachte vrijgesproken van bestanddeel ‘een onderzoek’ a.b.i. art. 8.5 WVW 1994. Hof heeft vastgesteld dat bloedmonsters op 29-1-2019 bij verdachte zijn afgenomen en dat laboratorium bloedmonsters op 6-2-2019, dus 8 (en niet, zoals abusievelijk door hof genoemd, 9) dagen na bloedafname, heeft ontvangen. Hof heeft verder overwogen dat het ervan uit gaat dat bloedmonsters direct na afname zijn bewaard bij temperatuur van -20°C maar dat niet kan worden vastgesteld bij welke temperatuur bloedmonsters zijn vervoerd naar laboratorium. In aanmerking genomen dat het aan feitenrechter is om te beoordelen of verzending van bloedmonster in concreet geval zo spoedig mogelijk heeft plaatsgevonden, brengen ‘s hofs overwegingen niet met zich dat hof de beslissing tot vrijspraak ontoereikend heeft gemotiveerd. Enkele omstandigheid dat beschikbare gegevens over ontvangst van bloedmonsters een andere (bewijs)beslissing zouden toelaten, is daarvoor ook ontoereikend (vgl. HR:2004:AO5061). HR neemt bij zijn oordeel daarnaast in aanmerking dat uit p-v van tz. in hoger beroep niet blijkt dat OM daar uitdrukkelijk onderbouwd standpunt naar voren heeft gebracht over zo spoedig mogelijk verzonden zijn van bloedmonsters. Volgt verwerping. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken