HR 5 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1695
Aanwezig hebben MDMA en cocaïne (meermalen gepleegd), art. 2.C Opiumwet. Verbeurdverklaring geldbedrag (€ 1.940), art. 33a.1 Sr. Heeft hof verbeurdverklaring toereikend gemotiveerd? Onder “strafbaar feit” en “feit” in art. 33a.1 Sr moet telkens bewezenverklaard feit worden verstaan. Voor verbeurdverklaring is vereist dat één van de in art. 33a.1 Sr genoemde gronden zich voordoet t.a.v. bewezenverklaard feit (vgl. HR:2020:9). In het door hof zonder aanvulling van gronden bevestigde vonnis Pr is in het midden gelaten op welke in art. 33a.1 Sr genoemde grond of gronden het geldbedrag van € 1.940 voor verbeurdverklaring vatbaar is. Gelet op feiten die ten laste van verdachte zijn bewezenverklaard (opzettelijk aanwezig hebben van harddrugs), is verbeurdverklaring niet toereikend gemotiveerd. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. verbeurdverklaring van geldbedrag en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl