HR 14 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1563
Poging tot doodslag door als politieambtenaar met metalen wapenstok iemand op hoofd te slaan, art. 287 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht voorwaardelijk opzet op de dood. HR herhaalt relevante overwegingen over voorwaardelijk opzet uit HR:2003:AE9049 en HR:2018:718. Hof heeft vastgesteld dat verdachte als politieambtenaar, opgeleid in gebruik van uitschuifbare metalen wapenstok, daarmee in korte tijdspanne met kracht reeks van slagen op lichaam van aangever heeft toegebracht toen aangever deels - met hoofd en bovenlichaam - in politievoertuig aan bestuurderszijde lag, terwijl twee collega’s van verdachte aan benen van aangever trokken om hem van bestuurdersstoel te verwijderen. Verdachte deed dit vanaf vierde tot elfde slag met twee handen met zwaaibeweging vanuit de nek. Bij tiende slag heeft verdachte aangever, die toen zover uit auto was getrokken dat ook zijn hoofd daarbuiten was, op hoofd geraakt. Als gevolg daarvan heeft aangever o.m. schedelfractuur opgelopen. Hof heeft - niet onbegrijpelijk - overwogen dat, gelet op materiaal, gewicht en omvang van wapenstok, kans dat harde bovenhandse klap daarmee op schedel leidt tot dood van degene die ermee wordt geslagen, naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is. Verder heeft hof overwogen dat kans reëel was dat aangever door optreden van collega’s van verdachte ook met zijn hoofd buiten auto zou komen en op hoofd zou worden geraakt. ’s Hofs oordeel dat handelen van verdachte naar uiterlijke verschijningsvorm kan worden aangemerkt als zozeer gericht op ook raken van aangevers hoofd waardoor deze dodelijk verwond zou kunnen raken, dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte aanmerkelijke kans op dit gevolg bewust heeft aanvaard, is niet onbegrijpelijk. HR neemt in aanmerking dat hof heeft vastgesteld dat verdachte heeft gezien dat zijn collega’s aan benen van aangever aan het trekken waren, dat verdachte idee had dat hij ‘aan het hakken’ was en dat hij dit deed zodat hij harder kon slaan, omdat aangever niet reageerde op eerste slagen. Dat verdachte handelde in functie van politieambtenaar, maakt dit oordeel niet anders. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl