HR 14 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1544

Caribische zaak. Ambtelijke verduistering, meermalen gepleegd (art. 375 SrBES) en witwassen, meermalen gepleegd (art. 435a SrBES) op Bonaire. Ontvankelijkheid hoger beroep na instellen h.b. op griffie Curaçao i.p.v. op griffie Bonaire i.v.m. noodtoestand n.a.v. COVID-19 (corona), art. 445.1 en 446 SvBES. Hof heeft verdachte n-o verklaard in hoger beroep omdat het is ingesteld bij verkeerd gerecht en hof geen f&o aanwezig acht op grond waarvan verzuim dient te worden verontschuldigd. 1. Hoger beroep niet op juiste wijze (want bij verkeerd gerecht) ingesteld? 2. Verontschuldigbaarheid van verzuim. Heeft hof onderzocht of door griffiemedewerker van gerecht in e.a. van Curaçao aan raadsvrouw is toegezegd dat op die griffie opgemaakte akte naar griffie van gerecht in e.a. van Bonaire, Sint Eustatius en Saba zou worden gezonden? Ad 1. Volgens art. 445.1 SvBES wordt h.b. ingesteld door verklaring af te leggen door degene die rechtsmiddel aanwendt op griffie van gerecht in e.a. Uit art. 446.a SvBES volgt dat ook advocaat h.b. kan instellen als deze verklaart door degene die rechtsmiddel aanwendt bepaaldelijk te zijn gemachtigd. Van de in art. 445.1 SvBES bedoelde verklaring wordt o.g.v. art. 447.1 SvBES door griffie akte opgemaakt. Hof heeft vastgesteld dat raadsvrouw van verdachte h.b. heeft ingesteld op griffie van gerecht in e.a. van Curaçao en zo “welbewust ervoor heeft gekozen voorbij te gaan aan strafvorderlijk voorgeschreven route”. Met die “strafvorderlijk voorgeschreven route” had hof kennelijk voor ogen dat h.b. o.g.v. art. 445.1 SvBES had moeten worden ingesteld op griffie van gerecht in e.a. van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. ‘s Hofs daarop gebaseerde oordeel dat h.b. op onjuiste wijze (namelijk op griffie van gerecht in e.a. van Curaçao i.p.v. op griffie van gerecht in e.a. van Bonaire, Sint Eustatius en Saba) is ingesteld, geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Ad 2. Pleitnota van raadsvrouw houdt in dat zij “toezegging [ontving] van medewerker van griffie, dat akte door griffie van Curaçao zou worden doorgezonden naar griffie van Bonaire”. In het licht van art. 446.b SvBES (waaruit voortvloeit dat aanwenden van rechtsmiddelen kan gebeuren door een bij bijzondere volmacht schriftelijk gemachtigde) had hof juistheid van bewering van raadsvrouw moeten onderzoeken, nu in dit geval aannemelijk kan zijn dat aan verlening van deze (onvolkomen) volmacht, in samenhang met verschijnen van verdachte en zijn raadsvrouw ttz. in h.b., wens van verdachte ten grondslag lag om (op rechtsgeldige wijze) h.b. te doen instellen. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders t.a.v. verontschuldigbaarheid van verzuim. Samenhang met 22/00246 C.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen