HR 21 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:137
Beklag, beslag op o.a. geld en sieraden onder medeverdachte van klaagster. Heeft hof klaagster terecht n-o verklaard omdat klaagschrift niet is ingediend binnen drie maanden nadat zaak medeverdachte tot een einde is gekomen? HR gaat in op termijn van drie maanden nadat vervolgde zaak tot een einde is gekomen a.b.i. art. 552a lid 3 Sv. Indien beslag is gelegd o.g.v. art. 94 Sv in een zaak waarin verscheidene personen als verdachten zijn aangemerkt, is aan vervolgde zaak pas einde gekomen als vervolgingen van alle verdachten tot een einde zijn gekomen. Rechter is in dat geval gehouden vast te stellen of de tegen hen ingestelde vervolgingen, waaronder ook - als het beslag o.g.v. art. 94 Sv betrekking heeft op aantonen van w.v.v. - moet worden begrepen de behandeling van de tegen hen ingestelde ontnemingsvorderingen, tot een einde zijn gekomen. Als voorwerp o.g.v. art. 94a Sv conservatoir in beslag is genomen, is echter voor beantwoording van vraag of vervolgde zaak tot een einde is gekomen, beslissend of vervolging van degene(n) ten laste van wie het beslag is gelegd in strafzaak of - als het gaat om conservatoir beslag tot bewaring van het recht van verhaal van een op te leggen ontnemingsmaatregel - de behandeling van de tegen hem ingestelde ontnemingsvordering tot een einde is gekomen. (Vgl. HR:2019:135). I.c. heeft hof niet vastgesteld op welke wettelijke bepaling(en) beslag berust, terwijl ook stukken mogelijkheid openlaten dat beslag is gelegd o.g.v. art. 94 Sv. Tegen achtergrond van wat is overwogen over in dat geval geldende termijn, die mede afhankelijk is van moment waarop de vervolgingen van alle verdachten tot een einde zijn gekomen, is ’s hofs oordeel dat klaagschrift niet tijdig is ingediend ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl