HR 3 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1363
Schuldwitwassen (meermalen gepleegd), art. 420quater.1.b Sr. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432.1.b en 432.3 Sv. Brengt aanwezigheid van gemachtigde raadsman op eerdere tz. in hoger beroep, die voor bepaalde tijd is geschorst, mee dat voor instellen van cassatieberoep een termijn van 14 dagen geldt, als raadsman noch verdachte op nadere tz. in h.b. verschijnt? Art. 432.1.b Sv brengt met zich dat als verdachte op (nadere) tz. is verschenen, voor instellen van cassatieberoep een termijn geldt van 14 dagen na einduitspraak. Die termijn geldt ook als op (nadere) tz. gemachtigde raadsman a.b.i. art. 279.1 Sv is verschenen (vgl. HR:2003:AE9649). Deze termijn geldt ook als na schorsing van onderzoek ttz. voor bepaalde tijd op nadere tz. noch verdachte noch gemachtigde raadsman is verschenen. Wanneer onderzoek op voorlaatste tz. voor onbepaalde tijd is geschorst en verdachte noch zijn raadsman op nadere tz. zijn verschenen, geldt echter o.g.v. art. 432.3 Sv in beginsel (tenzij zich in die bepaling onder b genoemde uitzondering voordoet) een andere termijn, namelijk 14 dagen nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat vonnis of arrest verdachte bekend is. HR verduidelijkt dat HR:2003:AG3022 zo moet worden begrepen dat in geval (i) een of meer nadere tz. zijn gehouden en (ii) onderzoek op voorlaatste tz. is aangehouden voor onbepaalde tijd, de aan art. 279 Sv verbonden termijn van 14 dagen na einduitspraak alleen geldt als gemachtigde raadsman op laatstgehouden tz. is opgetreden. Op tz. van 4-2-2021 is gemachtigde raadsman verschenen en op die tz. is onderzoek geschorst voor bepaalde tijd tot 18-6-2021. Onder deze omstandigheden doet zich uitzondering op termijn van 14 dagen voor instellen van cassatieberoep a.b.i. art. 432.3 Sv niet voor. Dit brengt mee dat cassatieberoep had moeten worden ingesteld binnen 14 dagen na ‘s hofs einduitspraak van 2-7-2021. Beroep is ingesteld op 11-8-2021. Dit brengt mee dat HR het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen. Verdachte n-o. CAG: anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl