HR 7 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:123
OM-cassatie. Profijtontneming, w.v.v. uit valsheid in geschrift door belastingadviseur. Kunnen inkomsten die betrokkene heeft genoten uit verzorgen van onjuiste aangiften inkomstenbelasting voor anderen niet worden aangemerkt als w.v.v., nu cliënten betrokkene betaalden ongeacht of aangifte juist of onjuist was opgemaakt? ‘s Hofs oordeel komt erop neer dat (hoewel betrokkene zich heeft schuldig gemaakt aan meermalen valselijk opmaken van aangiften inkomstenbelasting van cliënten door in die aangiften onterechte en/of te hoge aftrekposten op te voeren) betrokkene geen wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit die strafbare feiten omdat gemiddelde vergoeding van € 60 die aan zijn cliënten in rekening werd gebracht, door cliënten werd betaald ongeacht of betreffende aangifte juist of onjuist was opgemaakt, terwijl geen aanwijzingen zijn gevonden dat betrokkene zijn handelwijze hanteerde om meer klanten aan te trekken en daardoor meer inkomsten te verwerven. ’s Hofs oordeel dat betrokkene onder deze omstandigheden geen wederrechtelijk voordeel heeft verkregen, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting over begrip “wederrechtelijk verkregen voordeel” a.b.i. art. 36e Sr en is (ook in het licht van wat door OM is aangevoerd bij behandeling van ontnemingsvordering ttz.) niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. Samenhang met 21/01190.
De uitspraak op rechtspraak.nl