HR 5 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1152
Ontucht met stiefdochter (in periode van haar twaalfde tot haar zestiende jaar), art. 245 jo. 248.2 Sr. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vinden verklaringen van aangeefster voldoende steun in ander bewijsmateriaal? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2010:BM2452 m.b.t. bewijsminimum van art. 342.2 Sv. Hof heeft gemotiveerd uiteengezet dat de verklaringen van aangeefster voldoende steun vinden in de verklaring van moeder van aangeefster. Die verklaring houdt onder meer in dat (i) haar dochter toen zij dertien of veertien jaar oud was een paar keer naar haar toe is gekomen en aan haar heeft verteld dat verdachte bij haar in de kamer was geweest, waarop zij haar dochter heeft gezegd dat deze haar bed voor de deur moest zetten zodat de deur niet open kon en in dat verband (ii) verdachte handtastelijk is naar jonge meisjes en aan “kleptomanie” lijdt, waaronder zij verstaat dat hij haar dochter “lastig gaat vallen” en “aan dingen gaat zitten waar hij niet aan mag zitten”. Die verklaring - die voor wat betreft de handtastelijkheid van verdachte naar jonge meisjes mede een feitelijke basis heeft in haar waarneming van dergelijk gedrag - staat niet in een te ver verwijderd verband met de verklaring van aangeefster, zodat art. 342.2 Sv niet is geschonden. Volgt verwerping. CAG: anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl